Veel gestelde vragen over keurmerken

 

Zijn er niet teveel keurmerken?

Door een keurmerk ziet een consument in een oogopslag dat het wel goed zit met een product of dienst waarvoor hij/zij belangstelling heeft. Als er teveel verschillende keurmerken zijn, wordt dit effect minder, want je kunt niet alle keurmerken onthouden, laat staan dat je weet wat ze betekenen. De catalogus van keurmerken elders op deze site verwijst naar diverse lijsten van in totaal honderden keurmerken en erkenningsregelingen. Dit grote aantal ondergraaft inderdaad de effectiviteit van de afzonderlijke keurmerken.

Anderzijds hebben de meeste keurmerken een kwaliteitsverhogende werking, want de leverancier moet aan bepaalde eisen voldoen. Als een behoorlijk deel van de aangeboden producten / diensten in een bepaalde categorie het keurmerk heeft, profiteren veel consumenten hier dus van. Het komt ook voor dat supermarkten, overheidsinstellingen, bedrijven e.d. hun toeleveranciers verplichten aan de eisen voor een bepaald keurmerk te voldoen, of zelfs het keurmerk te verwerven. Dit zijn indirecte effecten van keurmerken waar consumenten baat bij hebben, ook als zij zelf niet op het keurmerk letten.

Is er een keurmerk voor de keurmerken?

De Raad voor Accreditatie (www.rva.nl) is een onafhankelijke instantie die toezicht houdt op certificatiesystemen. De Raad publiceert een overzicht van erkende certificatiesystemen. Het Keurmerkinstituut is voor diverse activiteiten erkend door de Raad voor Accreditatie. Het aanvragen van RvA-erkenning is niet verplicht.

Om te worden erkend door de Raad voor Accreditatie moet een certificatie-instelling onafhankelijk en deskundig zijn, en een aantoonbaar hoog niveau van interne kwaliteitszorg hanteren. De eisen die de Raad hanteert liggen vast in diverse internationale normen. Na de eerste keuring komen de onderzoekers (auditoren) van de Raad regelmatig opnieuw langs om te controleren of de certificatie-instelling nog aan de eisen voldoet.

Kan iedereen zomaar een keurmerk beginnen?

Voor het uitgeven van een keurmerk bestaan geen wettelijke regels, anders dan de algemene bepalingen gericht tegen misleiding e.d. Wie een keurmerk wil beginnen heeft dus niet veel meer nodig dan een idee en een website, en op deze manier wordt met enige regelmaat een nieuw keurmerk gelanceerd. Als het initiatief echter niet wordt ondersteund door een of meer organisaties en/of flinke budgetten, is het gedoemd te mislukken. Bekende faaloorzaken zijn:

  • er is geen markt voor, de doelgroep heeft geen behoefte aan een keurmerk;
  • er is onvoldoende budget om het keurmerk bekend te maken bij de doelgroep;
  • de doelgroep heeft niet voldoende vertrouwen in het keurmerk.

Zolang de doelgroep om een van deze redenen het nieuwe keurmerk niet betrekt in de overwegingen om iets wel of niet te kopen (of -bij fondsenwerving- te geven), zullen aanbieders van de producten/diensten het keurmerk niet aanvragen, zeker niet als ze (hoge) aanvraag- en keuringskosten moeten betalen. Zie ook de beschrijving van het ontwikkelingsproces van keurmerken en erkenningsregelingen.

Wanneer komt er één Europees consumentenkeurmerk?

Een goed functionerend Europees consumentenkeurmerk moet ten minste aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • de eisen voor keurmerkverlening moeten in heel Europa gelijk zijn;
  • consumenten in heel Europa moeten het keurmerk kennen en waarderen.

Binnen de eigen landsgrenzen voldoen de meeste nationale keurmerken wel aan deze voorwaarden, maar over de grens wordt het meteen een stuk minder. De twee voorwaarden worden onderstaand afzonderlijk besproken.

De eisen moeten in heel Europa gelijk zijn
Het streven van de Europese Unie om producten binnen Europa vrij te kunnen verhandelen is in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw gepaard gegaan met een intensief programma om de nationale normen voor producten te vervangen door Europese normen. Dit programma is hoofdzakelijk gericht geweest op de normen voor veiligheid en gezondheid. Vanwege het toenemende belang van een schoon milieu, worden op Europees niveau ook steeds meer normen voor milieu-aspecten opgesteld. Op het terrein van de doelmatigheid (doet een product wat het moet doen?) zijn er heel weinig algemeen aanvaarde Europese normen of richtlijnen. Dit betekent dat het gemakkelijker is een Europees deelkeurmerk in te voeren voor alleen veiligheids-, gezondheids- en/of milieu-aspecten, dan een totaalkeurmerk dat alle productaspecten bestrijkt.

CEN, een van de organisaties die de officiële Europese normen opstelt, heeft halverwege de jaren negentig het Key-mark geïntroduceerd. Dit is bedoeld voor producten die aan een Europese norm voldoen; blijkens het voorgaande zal het dus meestal gaan om een deelkeurmerk. Tot op heden is het Key-mark nog niet goed van de grond gekomen. Zie ook de paragraaf over het CE-merkteken, een aanduiding dat een product aan een Europese Richtlijn voldoet.

In Europees verband werken overheden en milieu-organisaties aan integratie van de diverse nationale milieukeurmerken, zoals het "Milieukeur" in Nederland, de "Blaue Engel" in Duitsland, en de "Nordic Swan" in de Scandinavische landen. Hoewel er sprake is van een Europees milieu-symbool, concentreert de discussie zich op het gelijkschakelen van de keuringseisen. De nationale milieukeurmerken gaan vooralsnog volop door met de promotie van het eigen beeldmerk.

Naast de deelkeurmerken die zijn gekoppeld aan de officiële normen, kennen veel landen ook nationale keurmerken met een andere achtergrond, bijvoorbeeld voortkomend uit een belangenbehartigingsorganisatie. In veel gevallen gaat het hierbij om keurmerken die in principe alle productaspecten bestrijken, de totaalkeurmerken. De eisen voor deze keurmerken zijn veelal opgesteld op basis van de gebruiksgewoonten in het eigen land. Terwijl de aspecten van veiligheid, gezondheid en milieu onder Europese druk worden gelijkgeschakeld, kan het voor de overige productaspecten juist riskant zijn om de keuringseisen in heel Europa gelijk te maken. Het efficiëntievoordeel hiervan kan ten koste gaan van de acceptatie door de nationale consument.

Consumenten in heel Europa moeten het keurmerk kennen en waarderen
In veel Europese landen bestaan nationale keurmerken met een lange traditie, die niet alleen vast zijn verankerd in het nationale bewustzijn, maar soms ook in de wetgeving. Voorbeelden zijn het keurmerk "Geprüfte Sicherheit" in Duitsland, het NF-keurmerk in Frankrijk, en het "Kitemark" in Engeland. De procedures voor keurmerkverlening zijn bij al deze voorbeelden sterk gekoppeld aan de officiële nationale normen, zodat de keurmerken vooral betrekking hebben op de veiligheid en gezondheid; het gaat hierbij dus om deelkeurmerken. Hoewel importeurs de buitenlandse keurmerken regelmatig bij goedgekeurde producten vermelden, is de zeggingskracht buiten de landsgrenzen beperkt. Naarmate meer Europese normen beschikbaar komen, gelden voor deze nationale keurmerken meer en meer dezelfde keuringseisen. Voor deze keurmerken ligt het introduceren van een Europees keurmerk dus binnen handbereik. Zoals blijkt uit het bovenstaande, leidt de beschikbaarheid van Europa-brede normen niet automatisch tot een Europees keurmerk. Dit kan verband houden met de toenemende invloed van productaansprakelijkheid: een producent of importeur zal niet gauw producten leveren onder het niveau van een Europese norm, waardoor een keurmerk op dat niveau geen onderscheidende waarde meer heeft.

Hierboven is al uiteengezet dat nationale totaalkeurmerken nauwelijks kunnen terugvallen op Europese normen of keuringseisen. Voor hen is er dus weinig reden om de in lange jaren opgebouwde reputatie in te ruilen voor een nieuw keurmerk, waarvan de bekendheid en waardering van de grond af moeten worden opgebouwd.

Conclusie
In de loop der jaren zijn verschillende initiatieven ondernomen om keurmerken te introduceren voor de hele Europese Unie. Een grote barrière voor succes is het opbouwen van voldoende bekendheid en waardering onder consumenten. Het meest kansrijk lijkt het Key-mark, dat is gekoppeld aan bestaande Europese normen; de start van dit keurmerk verloopt tot nu toe echter moeizaam. Door het toenemende belang dat wordt gehecht aan een schoon milieu, zou een Europees milieukeurmerk ook van de grond kunnen komen. Het is onwaarschijnlijk dat de bestaande nationale totaalkeurmerken op afzienbare termijn opgaan in één Europees keurmerk, aangezien de hiervoor benodigde Europese keuringseisen ontbreken, en er geen externe druk of financiering beschikbaar is om hiervoor te zorgen.

Wat is de betekenis van de CE-markering?

De Europese Unie heeft diverse richtlijnen uitgevaardigd, ook voor consumentenproducten. Deze richtlijnen moeten door de lidstaten worden opgenomen in de nationale wetgeving. Producten die aan een EU richtlijn voldoen zijn voorzien van de CE-markering. Dit teken wordt ten onrechte ook wel aangeduid als CE-merk, CE merk, CE-keurmerk, CE keurmerk, CE-teken of CE teken. De betekenis van de CE-markering is: "dit product voldoet aan de wet". Het Handboek ontwerpen van veilige producten (Van Aken et al., Uitgeverij Lemma, 1996, ISBN 90-5189-566-6) vat de kern van de regeling als volgt samen:

"Voor producten waarvoor een EU richtlijn volgens de "nieuwe aanpak" bestaat, geldt de verplichting van de CE-markering. Met de CE-markering geeft de producent aan dat het product voldoet aan de eisen van veiligheid, gezondheid, milieu en consumentenbescherming, zoals gesteld in de van toepassing zijnde EU richtlijnen. Producten zonder CE-markering mogen niet worden verhandeld op de Europese markt, ook al voldoen ze aan de eisen. Ook producten die buiten de EU zijn gemaakt, moeten voorzien zijn van een CE-markering alvorens ze worden toegelaten tot de Europese markt. Eigenlijk is de CE-markering een soort paspoort om toegelaten te worden tot de markt. [....] De CE-markering geeft alleen aan dat het product aan de gestelde minimumeisen voldoet en is daarom geen kwaliteitskeurmerk. Een speelgoedvlieger die voldoet aan de CE-markering voldoet aan de basisveiligheidseisen, maar hoeft niet per se goed te werken en is ook niet uitzonderlijk veilig. De CE-markering mag niet worden aangebracht op producten waarvoor dit niet wettelijk verplicht is gesteld. Afhankelijk van de veiligheidsrisico's gelden verschillende procedures. [....] In principe komt het erop neer dat, als de veiligheidsrisico's gering zijn, de producent zelf een verklaring mag afgeven dat het product voldoet aan de gestelde (EU-)eisen en via die weg de CE-markering mag aanbrengen op het product. [....] Voor producten met zware risico's is een officieel keuringsrapport nodig van een door de nationale overheid aangewezen instantie."

De CE-markering is dus geen kwaliteitskeurmerk, maar een verklaring van overeenstemming met de wet. In veel gevallen brengt de producent het teken aan zonder voorafgaand onafhankelijk onderzoek. De Consumentenbond (Consumentengids juli 2001, p. 51) zegt het volgende over de CE-markering:

"Dit is een keurmerk dat op veel niet-eetbare producten staat. Het zegt alleen dat het product aan de minimale veiligheids- en kwaliteitseisen van de EU voldoet. U kunt dit eigenlijk naast u neerleggen, want elk product moet daaraan voldoen."

Meer informatie vindt u in het dossier Certificaten, keurmerken en meetinstrumenten van de Rijksoverheid, en op de volgende websites:

www.newapproach.org: informatie van de Europese Commissie en de Europese normalisatie-instellingen over Europese richtlijnen en de bijbehorende Europese normen.

www.rvo.nl (zoek op CE-markering): overzicht van EU-richtlijnen en erkende instellingen (notified bodies) in Nederland die onderzoek kunnen verrichten t.b.v. de CE-markering.

www.nvwa.nl: De Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit geeft een informatieblad uit over CE-markering, waarin ook de grafische specificaties van het CE-teken zijn opgenomen.

Welke soorten keurmerken en certificaten zijn er?

In de certificatiewereld worden drie benaderingen onderscheiden:

Certificatie van eisen gesteld aan
1. producten en diensten output: product, prestatie
2. managementsystemen interne organisatie
3. personen input: kennis, vaardigheden

 

 

 

 

 

In de praktijk komen al deze benaderingen voor in afzonderlijke keurmerk- en certificatieregelingen. Twee voorbeelden:

  • de eisen van het Keurmerkinstituut voor het verstrekken van brillen (1, dienstenkeurmerk) bevatten bepalingen voor vakdiploma's en bijscholing (3) van de uitvoerende functionarissen;
  • de HKZ-criteria voor kinderopvang (2) verwijzen naar de wet op de veiligheid van speeltoestellen (1).

Het ISO 9001-certificaat valt in categorie 2 (zie volgende vraag), evenals certificaten op basis van het INK-model (zie www.ink.nl).

Wat zegt een ISO 9001-certificaat over kwaliteit?

Een veel gebruikte richtlijn voor het leveren van kwaliteit is de internationale norm ISO 9001 (ook wel: ISO 9000). Organisaties die een ISO 9001 certificaat hebben verworven schermen hiermee soms richting consument. Deze kan hier echter weinig mee, omdat ISO 9001 certificering meer zegt over constante kwaliteit dan over hoge kwaliteit. Ook een bedrijf dat doelbewust producten van minimale kwaliteit maakt, kan een ISO certificaat verwerven. Het certificaat wordt namelijk niet verleend voor de geleverde producten of diensten, maar voor de interne bedrijfsprocessen. ISO 9001 is nuttig voor afnemers die in de aankoopfase helder kunnen beschrijven aan welke eisen het gewenste product of de dienst moet voldoen. Het ISO-certificaat geeft hen de zekerheid dat de producent levert volgens de overeengekomen eisen. Consumenten hebben meer aan onafhankelijke kwaliteitsinformatie, zoals vergelijkende tests en keurmerken, want die gaan concreet over het product / de dienst. Meer informatie over ISO 9000 is te vinden bij het Nederlands Normalisatie-instituut NEN (www.nen.nl).

Hoe is de samenwerking met consumenten- en patiëntenorganisaties?

Bij het opstellen van eisen voor keurmerkverlening worden in principe alle betrokken en belanghebbende partijen en diverse deskundigen uitgenodigd om het concept te becommentariëren. Vaak is binnen consumenten- en patiëntenorganisaties actuele deskundigheid aanwezigheid, bijvoorbeeld door recent uitgevoerd vergelijkend onderzoek. Andersom kunnen deze organisaties de criteria voor keurmerkverlening gebruiken bij het opstellen van hun onderzoekprogramma's.

De meeste organisaties die producten en diensten onderzoeken baseren zich zoveel mogelijk op algemeen aanvaarde normen en richtlijnen. Hierbij gaat het onder andere om Europese normen, die met name voor de veiligheidsaspecten van producten ruimschoots voorhanden zijn. Voor het beoordelen van functionaliteitsaspecten (wordt het doel van de gebruiker bereikt?) zijn veel minder algemeen aanvaarde openbare richtlijnen beschikbaar. Daardoor lopen de oordelen van verschillende organisaties over deze aspecten vaker uiteen. Dit kan ertoe leiden dat een product/dienst met keurmerk niet altijd als "voldoende" of "goed" uit een vergelijkend onderzoek komt, of andersom. Dit kan onder andere de volgende oorzaken hebben.

Bij keurmerkverlening moet een product/dienst aan alle gestelde eisen voldoen, terwijl in het eindoordeel van vergelijkend onderzoek een slechte eigenschap kan worden gecompenseerd door een goede (voor belangrijke eigenschappen, zoals veiligheid, geldt dit niet).

De eisen voor een keurmerk komen tot stand in overleg met alle betrokken partijen, waardoor ze niet op korte termijn kunnen worden gewijzigd; bij wijziging van de eisen is er een overgangsperiode waarin de goedgekeurde producten/diensten moeten worden aangepast. In vergelijkend onderzoek kunnen de beoordelingscriteria gemakkelijker worden aangepast aan nieuwe inzichten of gewijzigd beleid, en alle producten/diensten worden hierop met onmiddellijke ingang beoordeeld.

Door te overleggen over onderzoekmethoden en beoordelingscriteria proberen de betrokken onderzoekers dergelijke situaties zoveel mogelijk te voorkomen.
 

Waarom wordt niet bekend gemaakt welke producten / diensten zijn afgekeurd?

Bij een vrijwillig keurmerk is de aanbieder van een product of dienst (fabrikant, importeur, verspreider of dienstverlener) vrij om wel of niet een keurmerk te voeren. Als hij een keurmerk aanvraagt bij het Keurmerkinstituut, wordt een keuringsonderzoek uitgevoerd om te bepalen of het product aan de gestelde eisen voldoet. Meestal blijkt dat het product / de dienst op een aantal onderdelen nog niet voldoet. De aanvrager krijgt dan de gelegenheid verbeteringen aan te brengen, en het resultaat opnieuw aan het Keurmerkinstituut voor te leggen. De meeste aangeboden producten / diensten worden aldus in een aantal stappen goedgekeurd, en ze zijn in de loop van de keuringsprocedure duidelijk verbeterd. Het zou onrechtvaardig zijn dit proces te doorkruisen met het bekend maken van een negatieve "tussenstand". Echt slechte producten of diensten worden immers zelden ter keuring aangeboden, zodat aanbieders die wel het keurmerk aanvragen daardoor in het nadeel zouden zijn.

Het Keurmerkinstituut is overigens contractueel gebonden aan geheimhouding van de resultaten van het keuringsonderzoek, anders zou waarschijnlijk geen enkele aanbieder zijn producten/diensten ter keuring aanbieden. In extreme gevallen, zoals bij ernstig gevaar voor de volksgezondheid, heeft het Keurmerkinstituut wel de vrijheid de autoriteiten te informeren, ook zonder instemming van de aanvrager. Door de hier geschetste werkwijze kan het Keurmerkinstituut constructief samenwerken met de aanvragers van een keurmerk, wat doorgaans leidt tot duidelijke productverbetering. De toetssteen voor alle beoordelingen is het openbare eisenpakket dat het Keurmerkinstituut heeft opgesteld in samenspraak met deskundigen en betrokken partijen.