Nieuws

Verplichte hercertificatie speeltoestellen nieuwe EN1176

17 mei 2017

De verwachting is dat eind 2017 de nieuwe EN1176-reeks zal worden gepubliceerd. Er zijn normdelen waar weinig of een paar kleine punten zijn aangepast maar een aantal is ook vrij stevig veranderd. Zo wordt aan deel 1 een heel hoofdstuk gewijd aan trampolines en andere springtoestellen. Publicatie van de nieuwe EN1176 zal gevolgen kunnen hebben voor de eerder uitgegeven seriecertificaten. De minister van VWS heeft namelijk bepaald dat bij publicatie van een nieuwe of gewijzigde NEN EN-norm een nieuwe keuring binnen een jaar na de publicatie van de desbetreffende NEN EN-norm plaats moet vinden. Speeltoestellen die in serie geproduceerd worden hoeven niet apart gekeurd te worden per speeltoestel. De serie wordt gekeurd aan de hand van een typekenmerkend monster en technisch constructiedossier. Een nieuwe typekeuring is nodig indien het gekeurde typekenmerkend monster niet meer representatief is voor de serie (bijvoorbeeld omdat de constructie aangepast is). Ook moet het typekenmerkend monster en het technisch constructiedossier opnieuw worden beoordeeld en gekeurd als de relevante NEN EN normen worden aangepast. De keuring en beoordeling moet binnen een jaar na publicatie van de NEN EN norm plaatsvinden. Indien dit niet heeft plaats gevonden is niet langer sprake van een geldig certificaat. Bestaande en reeds uitgeleverde speeltoestellen hoeven niet opnieuw gekeurd te worden. Dien tijdig uw serietoestellen in bij het Keurmerkinstituut. De herkeuring moet, naar verwachting, vóór 1 november 2018 zijn afgerond. Zie voor de uitspraak van de minister

Lees meer

Trampolines in nieuwe EN1176

17 mei 2017

Eind 2017 zal de nieuwe norm worden gepubliceerd. Deze zal in het Engels en in het Nederlands uitkomen. Eén van de grote vernieuwingen in deel 1 betreft de toevoeging van eisen aan trampolines en andere springtoestellen (bouncing facilities). De Nederlandse norm zal de groep behandelen onder de naam "springtoestellen". Dit is zijn speeltoestellen of onderdelen van speeltoestellen die vanwege hun flexibele eigenschappen als voornaamste doel hebben mogelijk te maken dat gebruikers zonder hulp van (een) andere gebruiker(s) vrij van de grond komen. We sommen een paar eisen uit de nieuwe norm op voor deze springtoestellen. Het maximaal aantal gebruikers qua constructiesterkte bedraagt het aantal m2 van het springoppervlak gedeeld door 1,44. Springtoestellen met een oppervlak kleiner dan 1,44 m2 zijn bedoeld voor één gebruiker. Springtoestellen bedoeld voor meerdere gebruikers moeten een voldoende bodemvrijheid hebben die bij belasting groter is dan 230 mm. De valhoogte bedraagt het laagste punt van waar gevallen kan worden plus 900 mm. De vrije ruimte boven het springtoestel bedraagt 3500 mm en er omheen 1500 mm. De maximale hoogte van het springoppervlak naar de grond of er naast staande platformen is kleiner dan 600 mm. Dit is een klein aantal eisen die voor springtoestellen zullen gelden. Als u wil weten of uw springtoestel voldoet aan de nieuwe criteria neem dan contact met ons op via .

Lees meer

Nieuwe Studieochtend WAS scoort hoog

17 mei 2017

Op 11 mei hielden we in samenwerking met OBB de nieuwe "Studieochtend WAS, aanschaf en plaatsing speeltoestellen". Deze cursus werd door de deelnemers beoordeeld met een 8! Deze cursus is een speciale aflevering van de bestaande cursus "Studieochtend WAS". De ochtend is uitermate geschikt voor iedereen die regelmatig toestellen aanschaft of dat binnenkort zal doen. De doelgroep van de cursus bestaat uit beheerders speeltoestellen van gemeentes, kinderdagverblijven en privéspeeltuinen. Beheerders van speelterreinen en speeltoestellen krijgen regelmatig te maken met de plaatsing van nieuwe of herplaatsing van oudere speeltoestellen. Bij de aanschaf van speeltoestellen moet de beheerder op veel zaken letten. Zaken die niet altijd even duidelijk zijn. Is het certificaat wel rechtsgeldig, is het toestel geplaatst zoals bedoeld, mag ik ander bodemmateriaal toepassen dan omschreven, en klopt de grootte van de valdempende bodem wel? Daarnaast is het belangrijk welke rechten de beheerder en welke plichten de leverancier heeft. De deelnemers krijgen een reader mee met informatie over de aanschaf en plaatsing van speeltoestellen aangevuld met handige tips. De studieochtend wordt door en het Keurmerkinstituut gegeven op 16 juni te Den Haag en 18 september te Utrecht. Inschrijven kan via de of telefonisch 079-3637000.

Lees meer

Ministerie van V en J tevreden over certificatie door Keurmerkinstituut

15 mei 2017

De Inspectie Jeugdzorg heeft onderzocht hoe het Keurmerkinstituut de wettelijk verplichte certificatie onder de Jeugdwet uitvoert. De Inspectie o.a. dat het overheidstoezicht kan steunen op de bevindingen van het Keurmerkinstituut bij de opzet en het uitvoeren van toezicht op de instellingen voor jeugdbescherming en jeugdreclassering (jb/jr). In zijn aan de Tweede Kamer stelt de staatssecretaris dat hij tevreden is met het resultaat van dit onderzoek, en dat de jb/jr-certificatie door het Keurmerkinstituut zal worden voortgezet. Uit het onderzoek zijn ook enkele aandachtspunten naar voren gekomen; deze zal het Keurmerkinstituut ter harte nemen. De overheid heeft het Keurmerkinstituut in 2014 aangewezen als (enige) certificatie-instelling die de wettelijk verplichte certificaten voor jeugdbescherming en jeugdreclassering (jb/jr) mag toekennen. Bij de introductie van de Jeugdwet is het jb/jr-certificaat ingevoerd als kwaliteitsborging voor de uitvoering van wettelijke maatregelen in de jeugdzorg, zoals voogdij, ondertoezichtstelling en reclassering. Er zijn momenteel 17 houders van een jb/jr-certificaat, merendeels voormalige Bureaus Jeugdzorg en enkele landelijk werkende instellingen met vergelijkbare taken. De staat elders op deze site, samen met een toelichting op het certificatieproces.

Lees meer

Trampolinehallen onder het WAS

24 apr 2017

Ze schieten als paddestoelen uit de grond, de trampolinehallen. Dit zijn hallen gevuld met zeer grote trampolines waarbij ook tegen schuin geplaatste wanden gesprongen kan worden. Tot heden was niet altijd duidelijk of deze hallen onder het Warenwetbesluit Attractie- en speeltoestellen (WAS) vallen. Het Keurmerkinstituut was en is van mening dat de hallen wel onder het WAS vallen, en heeft er inmiddels een aantal gecertificeerd. Nu heeft ook de NVWA uitgesproken dat de hallen, althans de trampolines die daar staan, wél onder het WAS vallen en dus keuringsplichtig zijn. Maar er is één uitzondering. De springhallen bieden in de regel meerdere activiteiten voor verschillende leeftijdsgroepen aan. Sommige van die activiteiten zijn expliciet gericht op training en sport, individueel of in clubverband. De doelgroepen zijn jongeren, sportclubs en jong volwassenen, desgewenst onder begeleiding van een instructeur. Dezelfde trampolines worden ook aangeboden voor “vrij springen” of soortgelijke speelactiviteiten aan jonge kinderen en het hele gezin. Deze activiteit wordt uitsluitend aangeboden voor vermaak en recreatie, oftewel spelen. Zodra een hal deze laatste activiteit aanbiedt vallen de trampolines onder het WAS en moeten ze dus gecertificeerd zijn volgens dit besluit. Uitzondering Alleen als de trampolines uitsluitend voor sportdoeleinden worden gebruikt, de hal en toestellen daarvoor zijn ingericht, en de site van de exploitant zeer duidelijk maakt dat alleen sport kan worden uitgeoefend en geen vrij spelen, valt de hal niet onder het WAS. Feit is dat in Nederland (bijna) alle hallen ook voor spelen worden gebruikt. Wenst u meer informatie over inspectie of certificatie van springhallen en trampolines, zie dan www.keurmerk.nl of neem dan contact op met het Keurmerkinstituut via 079-3637000 of .

Lees meer
<< 1 2 3 4 5 >>