Veelgestelde vragen over kwaliteit en veiligheid in de speeltuin

Wat zijn de eisen voor speelvijvers en peuterbadjes?

Speelvijvers en peuterbadjes, bijvoorbeeld in een speeltuin of park, vallen niet onder het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen, maar onder de Wet Hygiëne en Veiligheid Badinrichtingen en Zwemgelegenheden (WHVBZ). De houder moet voldoende voorzieningen treffen voor de algehele veiligheid. De mate en aard van het toezicht kan per situatie sterk verschillen. Meer informatie over de WHVBZ en de toepassing op speelvijvers en peuterbadjes vindt u op www.infomil.nl. Kijk bij Publicaties, Publicaties Water, en download het pdf-document W08 "Zwemgelegenheden (Duik er eens in)". De eisen voor speelvijvers en peuterbadjes worden beschreven in het hoofdstuk over Categorie B-badinrichtingen.

Overigens moeten deze vijvers en badjes niet worden verward met watertoestellen, zoals waterglijbanen en speelelementen in het zwembad of openbare plassen. Watertoestellen vallen namelijk wél onder het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen. 

Kan een gecertificeerd toestel worden afgekeurd?

Het komt voor dat een gecertificeerd toestel negatief wordt beoordeeld door een inspectiebureau. De producent heeft het toestel netjes volgens het WAS laten certificeren, maar de inspecteur "keurt" het toestel af. De beheerder, die dacht een veilig toestel te hebben, blijft in verwarring achter. Vaak is de oorzaak van dit probleem dat het toestel niet overeenkomt met de Europese normen (EN 1176) voor speeltoestellen, waar veel inspecteurs van uitgaan. De keurende instanties gaan echter uit van de Nederlandse wetgeving, en die laat ook ruimte voor andere beoordelingscriteria of –methoden zoals risicoanalyses, mits ze eenzelfde veiligheidsniveau bereiken. Een inspecteur die twijfelt over de veiligheid van een gecertificeerd speeltoestel doet er daarom verstandig aan eerst contact op te nemen met de leverancier. Het Keurmerkinstituut vindt dat gecertificeerde speeltoestellen alleen op hun onderhoudstoestand moeten worden beoordeeld. Het ontwerp hoeft alleen te worden beoordeeld als het toestel na plaatsing is aangepast, of als het veiligheidsniveau kan zijn aangetast door de vervanging van onderdelen.

Hoe is de speeltuinveiligheid in België geregeld?

De veiligheid van speeltuinen in België is geregeld in twee Koninklijke Besluiten, die in 2001 zijn gepubliceerd. De website van de branchevereniging Recreabel geeft uitgebreide informatie over de Belgische regelgeving. Naast een informatieve brochure (pdf-document) vindt u hier de antwoorden op veel gestelde vragen over speeltuinveiligheid. Het Keurmerkinstituut certificeert overigens ook speeltoestellen staande op Belgisch grondgebied.

Mogen tafeltennistafels op beton staan?

Tafeltennistafels vallen in principe niet onder het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen. Veel inspectiebedrijven nemen deze tafels wel mee in de inspectie, wat in principe een goede zaak is. Omdat het sporttoestellen betreft kan niet worden geëist dat ze op een valdempende grond worden geplaatst. Dit geldt natuurlijk wel als de tafel onderdeel uit maakt van een speeltoestel. Overigens ook basketbalpalen en voetbaldoelen vallen niet onder het WAS.

Vallen zandbakken en binnenspeeltoestellen bij kinderdagverblijven onder het WAS?

Het antwoord is eenvoudig: ja. Speeltoestellen op openbare gelegenheden vallen onder het WAS. Of ze nu vast of los staan, en of ze nu buiten of binnen staan. Zandbakken zijn eenvoudig van ontwerp. Maar dit is geen reden ze niet onder het WAS te laten vallen. Ook met zandbakken kunnen immers ongelukken gebeuren. Raadpleeg de informatie over de reikwijdte van het WAS elders op deze site. 

Waarop moet je letten bij de aanschaf van een speeltoestel?

Vraag eerst of het toestel een certificaat van goedkeuring heeft dat is afgegeven door een aangewezen keuringsinstantie (raadpleeg de lijst op www.vwa.nl). Let er op dat het certificaat bij het toestel hoort: de toestelnaam en het serienummer moeten overeenkomen. Als van een toestel varianten bestaan, moet de variant ook op het certificaat staan. Als u een toren met glijbaan koopt die er oorspronkelijk niet aan zat, dan moet u een certificaat van goedkeuring vragen van de toren mét glijbaan. Ook mag u geen certificaten combineren: als u twee gecertificeerde toestellen wilt combineren dan moet de leverancier een certificaat van deze combinatie kunnen overleggen. Let er op dat toestellen die een eenmalig certificaat hebben dus niet in serie geplaatst mogen worden.

Een certificaat van goedkeuring heeft een onbeperkte geldigheidsduur.

Binnentoestellen zijn in alle soorten en maten te verkrijgen. Ze bestaan vaak uit stalen frames omkleed met een zachte laag kunststof. Deze toestellen zijn in modules te koop. Denk eraan dat de combinatie die u wilt kopen is gecertificeerd. Als u bijvoorbeeld besluit in een standaardtoestel een module weg te laten, toe te voegen of gespiegeld in het totale toestel te zetten, dan moet de leverancier het geheel (opnieuw) laten keuren. Bij dit type speeltoestellen is het van groot belang dat u kunt aantonen dat het certificaat van goedkeuring daadwerkelijk hoort bij het toestel dat u heeft laten plaatsen. 

Welke keuringsinstellingen mogen een certificaat van typekeuring afgeven?

Een aantal instanties is aangewezen om keuringen te mogen uitvoeren. Het Keurmerkinstituut is aangewezen voor de certificatie van waterglijbanen en speeltoestellen. De andere keurende instanties vindt u op de site van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (www.vwa.nl). 

Aan welke eisen moet bodemmateriaal voldoen?

Bodemmaterialen moeten voldoende valdemping hebben. Het materiaal moet geschikt zijn voor de valhoogte van het speeltoestel, dit is de maximale hoogte die een spelend kind kan bereiken. De HIC-waarde moet bij de betreffende valhoogte onder de 1000 blijven. Vraag bij aanschaf van het bodemmateriaal de leverancier om een testrapport of certificaat waarin wordt vermeld tot welke valhoogte het materiaal geschikt is. In principe is gras toepasbaar tot 150 cm en hoeft bij toestellen met een kleinere valhoogte dan 60 cm geen dempend materiaal te worden toegepast. Zand, grind, houtsnippers en boomschors zijn, indien toegepast in een laagdikte van minimaal 300 mm, geschikt voor valhoogtes tot 300 cm. Het materiaal moet egaal kunnen worden gelegd. Dit geldt zowel voor vaste als losse materialen. Het materiaal moet dermate egaal liggen dat struikelgevaar wordt uitgesloten. Raadpleeg voor meer informatie de Wegwijzer Bodemmaterialen. Hier vindt u ook de lijst van producten, waarvan het Keurmerkinstituut de keuringsrapporten heeft beoordeeld, en in orde bevonden.  

Hoe vaak moet het zand in de zandbak worden ververst?

Bij voorkeur moet een keer per jaar al het zand in een zandbak ververst te worden en naar gelang de intensiteit van het gebruik, tussendoor nog eens de bovenlaag. Afgeraden wordt om het zand chemisch te laten reinigen of te laten stomen. Niet alleen de schadelijke bacteriën worden op deze manier gedood, maar ook de bacteriën die een rol spelen in het proces van natuurlijke reiniging. Woel af en toe het zand los voor een betere beluchting. Om vervuiling van honden, katten en daardoor spoelwormen te voorkomen kunt u de bak 's avonds afdekken met een net of een raamwerk van gaas. Zo kan het biologisch reinigingsproces blijven functioneren. Deksels of vlonders plaatsen kan ook, maar u mag de bak dan niet lucht- en regendicht afsluiten. Want zon en regen, lucht zorgen voor natuurlijke reiniging van het zand. 

Mijn speeltoestellen zijn na een inspectie afgekeurd door een bureau dat door de gemeente was ingeschakeld. Moet ik nu de toestellen verwijderen?

Alleen de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (www.vwa.nl) is bevoegd speeltoestellen af te keuren. Deze dienst kan een boete opleggen, of dwingen een toestel te verzegelen, te verwijderen of te laten repareren. De beheerder is verplicht de toestellen in goede en veilige conditie te houden, maar beslist zelf op welke manier dit gebeurt. Er zijn veel bureaus die speeltoestellen inspecteren, maar ze zijn niet allemaal even deskundig. Er is geen instantie die hierop toeziet. Formeel gezien zijn de resultaten van een inspectie niet meer dan adviezen ter verbetering. Wie twijfelt aan de inhoud van een inspectierapport kan bij het Keurmerkinstituut een second opinion aanvragen. 

In 2011 is de Stichting Veilig Spelen opgericht die als doel heeft gesteld de kwaliteit van inspecteurs van speeltoestellen op openbare gelegenheden te verhogen en te toetsen. De inspecteurs die geregistreerd staan bij SVS voldoen aan de criteria van deze stichting. Zie ook www.stichtingveiligspelen.nl.

Wat is de reikwijdte van het WAS?

De pagina over het WAS beschrijft welke inrichtingen vallen onder het Warenbesluit Attractie- en Speeltoestellen. Ook wordt vermeld wie u bij twijfel kunt raadplegen.

Sinds maart 2000 vallen ook de speeltoestellen in het zwembad (o.a. waterglijbanen) onder het WAS. Raadpleeg ook de informatie over inspectie van waterglijbanen door het Keurmerkinstituut.