Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen

Volgens het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS) moeten speeltoestellen veilig zijn, waarbij voor nieuwe toestellen geldt dat ze van een certificaat van goedkeuring moeten zijn voorzien. De reikwijdte van het Warenwetbesluit is in de loop der jaren uitgebreid met inrichtingen ten behoeve van bungy-jumpen, air diving, abseilen en tokkelen, en later ook met watertoestellen, inclusief waterglijbanen. Al deze objecten moeten, evenals speeltoestellen die zijn gebouwd na 26 maart 1997, worden gecertificeerd door een van de keuringsinstellingen die de overheid heeft aangewezen.

  • Reikwijdte Warenwetbesluit
  • Typekeuring van modulaire toestellen
  • Aangewezen keuringsinstellingen

Tot 1 september 2003 viel het besluit onder de Wet Gevaarlijke Werktuigen en heette toen Besluit Veiligheid Attractie- en speeltoestellen (BVAS). Ga naar wetten.overheid.nl voor de inhoud van het Warenwetbesluit. Zie ook de informatie over typekeuringen door het Keurmerkinstituut. 

Reikwijdte Warenwetbesluit

Speelinrichtingen

Hier gaat het om speeltoestellen die niet bestemd zijn voor de particuliere markt maar voor openbare gelegenheden. Er is slechts sprake van particulier gebruik indien het speeltoestel uitsluitend in de sfeer van de particuliere huishouding wordt gebruikt, waar toezicht van overheidswege inbreuk op de zuivere privé-sfeer zou betekenen. Speeltoestellen van kinderdagverblijven en van niet vrij toegankelijke inrichtingen vallen dus ook onder het WAS.

Trampolines en skateboardbanen

Deze twee typen inrichtingen vallen ook onder het WAS. Voor trampolines geldt echter dat zij in dat geval dienen te zijn opgesteld in speelgelegenheden of attractieparken. Een trampoline in een gymzaal bedoeld voor sportactiviteiten is een sporttoestel.

Speelinrichtingen voor gehandicapten

Ook speeltoestellen voor gehandicapten of die specifiek voor een andere groep personen zijn ontworpen vallen onder het WAS. Therapeutische toestellen, zoals snoezelmuren, vallen gezien hun medische karakter niet onder het WAS.

Kunstwerken

Indien kunstwerken een duidelijke speelfunctie hebben, dat wil zeggen: bespeelbaar zijn en een duidelijke spelaanleiding vormen, en staan op een speelgelegenheid met minimaal nog één onder het WAS vallend toestel, moeten ze voldoen aan het WAS. De speelfunctie wordt mede bepaald door de bereikbaarheid ervan voor kinderen, door de plaatsing ten opzichte van reguliere speeltoestellen en het daadwerkelijke gebruik door kinderen.

Abseilen en tokkelen

Er zijn inrichtingen in het kader van ontspanning en vermaak die gebruik maken van elementen uit de bergsport, zonder dat er sprake is van een sporttoestel volgens de hiervoor gestelde criteria. Denk hierbij aan inrichtingen ten behoeve van activiteiten als abseilen en tokkelen (van een aanzienlijke hoogte langs een touw of kabel afdalen). Het WAS ziet de voor dergelijke activiteiten benodigde uitrusting, inclusief de in de gebruiksaanwijzing vastgelegde gebruiksprocedures, als speeltoestellen.

Watertoestellen

Met ingang van maart 2000 zijn watertoestellen, inclusief waterglijbanen, ook onder het WAS gebracht. Raadpleeg de informatie over waterglijbaaninspecties elders op deze site.

Wat te doen bij twijfel?

Als er onduidelijkheid bestaat of een inrichting aangemerkt moet worden als speeltoestel vormen de keurende instanties hierover een mening. De NVWA heeft hierin het laatste woord. Als deze instanties een inrichting als speeltoestel beschouwen moet deze (indien geplaatst na 26 maart 1997) worden gekeurd volgens het WAS. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het Keurmerkinstituut. 

Typekeuring van modulaire toestellen

Bij typekeuringen van modulair opgebouwde toestellen zijn twee varianten mogelijk.

  1. De leverancier laat elke module afzonderlijk keuren, en het certificaat geldt alleen voor de module. De module voldoet aan de eisen van het WAS, en is te gebruiken als zelfstandig speeltoestel. Als een combinatie wordt gemaakt van gecertificeerde modules, ontstaat een nieuw, niet gekeurd speeltoestel. De combinatie moet daarom (opnieuw) worden gekeurd.
  2. De leverancier laat enkele gespecificeerde combinaties van modules keuren, en voor elke combinatie wordt een certificaat verstrekt. Op het certificaat kunnen bijvoorbeeld alle combinatiemogelijkheden worden vermeld.

Het bovenstaande is met name van toepassing op binnenspeelconstructies bestaande uit met kunststof beklede frames. Daarbij gaat het om relatief grote en samenhangende toestellen, waarin veel verschillende speelmogelijkheden zijn samengebracht. Ondanks het feit dat alle afzonderlijke modules gecertificeerd zijn, is keuring van het geheel ook noodzakelijk. Beheerders van speelgelegenheden moeten altijd nagaan of het certificaat daadwerkelijk van toepassing is op hun combinatie van modules. 

Aangewezen keuringsinstellingen

Speeltoestellen geplaatst na 26 maart 1997 moeten zijn gecertificeerd volgens het Warenwetbesluit (tot 1.9.3 volgens het BVAS, zie boven). De overheid wijst keuringsinstellingen aan die bevoegd zijn de wettelijk verplichte certificaten uit te geven. In 1997 hoorde het Keurmerkinstituut (toen nog Speelkeur geheten) tot de eerste groep instellingen die werd aangewezen. De actuele lijst van aangewezen keuringsinstellingen is te vinden op de website van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (www.vwa.nl).