Checklist speeltuin

Controleer zelf de veiligheid van uw speeltuin

Deze checklist voor de beoordeling van de veiligheid van speelgelegenheden bestaat uit de volgende onderdelen:

  • inleiding;
  • vlgemene veiligheidsregels;
  • veiligheid in een oogopslag;
  • zo zijn "gevaarlijke" toestellen veilig;

De hier gegeven richtlijnen zijn bedoeld voor het uitvoeren van een globale controle van de veiligheid van een speeltuin. Om de veiligheid goed te waarborgen dient de beheerder goed opgeleid personeel in dienst te hebben en/of regelmatig een inspectie te laten uitvoeren door een gespecialiseerde inspecteur. 

Inleiding

Speeltuinen en speelplaatsen hebben een duidelijke bedoeling: ze moeten vertier en speelwaarde bieden. Jammer dus, dat jaarlijks zo'n 10.000 bezoek(st)ertjes van dergelijke speelgelegenheden het bezoek aan een speeltuin afronden met een noodzakelijk bezoek aan het ziekenhuis. Veel ongevallen gebeuren op of bij een toestel. Vooral de klimrekken, schommels en glijbanen zijn berucht. Maar ook de luchtkussens, de kabelbanen, draaimolens en wippen mogen er zijn! Deze apparaten zijn bijna altijd aan te treffen in speeltuinen. Reden genoeg om attent te zijn op de veiligheid in een speeltuin.

Wat het probleem is

Het probleem ligt natuurlijk voor een groot deel bij de kinderen zelf. Maar daar zijn het kinderen voor. Ook in een speeltuin kan je door schade en schande een veel leren. Met andere woorden: veel ongelukjes op speelgelegenheden zijn hooguit te voorkomen door iets beter in de gaten te houden wat zich er allemaal afspeelt. Blijven over die 5.000 ongevallen die wellicht te voorkomen zijn met veilige speeltoestellen en speelomstandigheden. Fabrikanten van speeltoestellen en beheerders van speelterreinen moeten zich sinds maart 1997 houden aan het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS, voorheen BVAS). Hierin staat dat toestellen veilig dienen te zijn. Ook staat erin dat de beheerder verantwoordelijk is voor de toestand van het toestel.

Wat we aan het probleem kunnen doen

Er zijn nog speelgelegenheden in Nederland, waar sprake is van achterstallig onderhoud en andere gevaarlijke situaties. Dit kunnen zowel commerciële speeltuinen zijn als buurtspeelplaatsen. Verderop in deze tekst staat hoe u onveilige situaties op speelgelegenheden herkent en wat u kunt doen om de risico's voor de kinderen zo klein mogelijk te houden. Met deze informatie in handen zou u zelfs een privé-veiligheidstest bij een speeltuin kunnen uitvoeren. Het is belangrijk dat u zich realiseert dat een checklist als deze vanzelfsprekend nooit volledig kan zijn! 

Algemene veiligheidsregels

Hierbij enkele algemene regels waarmee u uw speeltoestellen nog veiliger kunt maken. Roep bij twijfel altijd de hulp van een expert in.

  • de bodem moet voldoende schokdempend zijn, zeker onder hoge toestellen. Wat onder een voldoende schokdempende bodem wordt verstaan leest u verderop;
  • bewegende toestellen dienen te worden afgeschermd zodat kinderen er niet per ongeluk tegenaan kunnen lopen;
  • tussen de verschillende toestellen dient genoeg ruimte te zijn zodat er royaal tussendoor bewogen kan worden. Zie verderop;
  • speeltuinen en speelplaatsen dienen voortdurend goed onderhouden te worden zodat alle toestellen en bodemmaterialen te allen tijde in goede conditie zijn;
  • in een speeltuin behoren geen toestellen waarbij de hulp van volwassenen belangrijk is om er veilig te kunnen spelen;
  • alle toestellen dienen stabiel en onbeweeglijk te zijn verankerd;
  • de hoeken, randen en punten van toestellen mogen niet scherp zijn. Houten toestellen en onderdelen dienen splintervrij te zijn;
  • heel belangrijk: alle speeltoestellen geplaatst na maart 1997 dienen voorzien te zijn van een certificaat van goedkeuring conform het WAS.

Veiligheid in een oogopslag

Voor de uitvoer van een korte veiligheidstest stelt u uzelf de volgende vragen:

Punt 1: kleutergedeelte gescheiden?

De toestellen voor kleuters dienen in een apart gedeelte van de speeltuin te staan. Daarmee voorkomt u dat de kleuters niet onder de voet gelopen worden, niet in de buurt van voor hun gevaarlijke toestellen komen en niet met speelactiviteiten beginnen waar ze nog te jong voor zijn.

Punt 2: uitkijkpost aanwezig?

Er dient een locatie te zijn, van waaruit u met name "de kleintjes" goed in het vizier kunt houden. Uw terras of ander zitje moet dus in de buurt van de speeltoestellen zijn.

Punt 3: alles goed verankerd?

De speeltoestellen dienen allemaal goed in de grond te zijn verankerd, zodat ze niet kunnen omvallen.

Punt 4: geen gevaarlijke toestellen?

Zonder permanente hulp en toezicht van volwassenen kunnen de volgende toestellen gevaarlijk zijn:

  • de zweefmolen;
  • de overslagmolen;
  • de grote loopton;
  • de grote loopschijf;
  • de schuitjesschommel;
  • het schommelschip;
  • de platte draaimolen zonder zitjes of steunen.

Punt 5: struikelgevaar?

Boomstronken, boven de grond uitstekende toestelfunderingen, niet egaal liggend bodemmateriaal zoals opgekrulde matten en restanten van afgedankte of kapotte toestellen leveren struikelgevaar op. In een veilige speeltuin komen ze dan ook niet voor.

Punt 6: staat van onderhoud?

Over het algemeen is vrij snel te zien of een speelgelegenheid adequaat onderhouden wordt of niet. Als u een of meer van de volgende zaken waarneemt, kunt u wellicht beter een speeltuin verderop bezoeken: 

  • kuilen en gaten in de grond ;
  • toestellen met kapotte zitjes;
  • leuningen of balustraden die defect of helemaal verdwenen zijn;
  • schommelzitjes met kapotte of ontbrekende ophang- of afsluitkettingen;
  • platforms, kettingbruggen en glijbanen met kapotte en/of ontbrekende traptreden of planken;
  • scherpe onderdelen;
  • uitstekende spijkers;
  • metalen toestellen met roestvorming;
  • een wip die niet zelf afremt, met eeronder kapotte of zelfs onbrekende autobanden.

Zo zijn "gevaarlijke" toestellen veilig

We bespreken nu een aantal toestellen die als gevaarlijk bekend kunnen staan. Ook die "gevaarlijke" toestellen kunnen veilig zijn mits ze aan bepaalde voorwaarden voldoen. Vereist is dat een speeltoestel een certificaat van goedkeuring heeft. Dit geeft in feite al aan dat het toestel aan de veiligheidseisen uit het WAS voldoet.

Veilige schommels

Veilige schommels liggen aan de rand van de speeltuin of zijn goed van de rest van de speeltuin afgeschermd. In de lengterichting is de veilige schommel minstens net zover afgeschermd als hij kan uitzwaaien. Bij veilige schommels zit er voldoende ruimte tussen het ene schommelzitje en het volgende; tussen een zitje en afschermpaal is ook voldoende ruimte aanwezig. Het toepassen van schommels in gecombineerde toestellen raden we doorgaans af; als het wel voorkomt moet de afstand tot het andere speelelement minstens 150 cm zijn of de schommel moet voldoende afgeschermd zijn van de rest van het toestel. Een veilige schommel heeft lichtgewicht zitjes of zitjes van zacht materiaal (rubber bijvoorbeeld). Een veilige schommel heeft geen zitjes met scherpe randen of hoeken. Bij veilige schommels zijn de kettingen zo gemaakt of afgeschermd dat er geen kindervingertjes in bekneld kunnen raken. Veilige schommelzitjes zijn zo opgehangen dat ze niet kunnen kantelen. Op kleuterspeelplaatsen voldoen de schommelzitjes uiteraard aan de regels om te voorkomen dat kinderen eruit vallen.

De veilige schuitjesschommel

De veilige schuitjesschommel is aan alle kanten met hekwerk afgeschermd. Zelfs een veilige schuitjesschommel is niet geschikt voor kleine kinderen. Er zijn gecertificeerde schuitjesschommels in de markt.

De veilige wip

De veilige wip heeft een schokdempingsmechanisme wat voorkomt dat de wip met een klap op de grond neerkomt. Een wip zonder schokdempingsmechanisme, maar met voldoende stevige schokdempers zoals bijvoorbeeld autobanden onder de uiteinden, is ook een veilige wip. Bij een veilige wip is de as zo afgeschermd, dat afknellen van handen en vingers niet meer mogelijk is.

De veilige glijbaan

De veilige glijbaan heeft gladde glijgoten zonder uitsteeksels en splinters. Dat betekent onder meer, dat alle bouten verzonken moeten zijn aangebracht. Bij een veilige glijbaan zijn de randen en het uiteinde van de glijgoot naar buiten toe afgerond. Een veilige glijbaan heeft een goot met een opstaande rand van minstens 10 cm, zodat kinderen er niet uit kunnen vallen. Een glijbaan hoger dan 120 cm heeft opstaande randen van 15 cm, een glijbaan hoger dan 250 cm heeft randen van zelfs 50 cm. Een veilige glijbaan loopt aan het uiteinde weer bijna horizontaal, zodat het kind in de goot tot stilstand komt en zich niet aan het uiteinde van het glijvlak bezeert. De trap heeft bij de veilige glijbaan een goede leuning of balustrade. Ook het platform is voorzien van een betrouwbare balustrade. De balustrade heeft een spijlafstand van niet meer dan 89 mm. De veiligste glijbaan is van een heuvel afgebouwd zodat de grond toch altijd dichtbij is.

De veilige glijgoot

Een houten glijgoot blijft onder alle weersomstandigheden goed te gebruiken. Een kunststof glijgoot is in de warme zon vaak te stroef en wordt met regenval weer te glad. Een metalen glijgoot moet altijd uit de zon liggen, anders kan hij billenbrandend heet worden.

De veilige kabelbaan (zonder motor)

De veilige kabelbaan heeft een zachte ondergrond zonder obstakels en is zo afgeschermd, dat botsingen met passantjes uitgesloten zijn. Bij een veilige kabelbaan hangt het ondereind van de hangkabel nergens meer dan 3 meter boven de grond en is het ondereind van de zitjes nergens meer dan 2 meter boven de grond. De zitjes zijn van zacht materiaal en de loopkatten zijn afgeschermd voor kinderhanden. De trap naar boven heeft bij de veilige kabelbaan aan beide zijden een leuning en het platform voldoet aan minstens dezelfde eisen als bij de hoge glijbaan. De veilige kabelbaan heeft aan beide zijden een platform dat is gebouwd op een heuveltje zodat kinderen die van het platform worden gedrongen tenminste niet zo diep vallen.

Het veilige klimtoestel

Voor peuters is het veilige klimtoestel niet hoger dan maximaal 1 meter 20 en voor kleuters niet hoger dan maximaal 1 meter 50. Voor basisscholieren is deze niet hoger dan maximaal 3 meter. Het veilige klimtoestel heeft zo'n slim gekozen opstaphoogte dat te jonge kinderen er niet op kunnen komen. Het is zo gebouwd dat er gemakkelijk weer van af geklommen kan worden. Het kind dat er toch afvalt mag niet op een lager gelegen uitstekend onderdeel van het toestel terecht kunnen komen, opdat letsel voorkomen wordt.

De veilige bodembedekking

Voor alle toestellen geldt dat ze voorzien moeten zijn van voldoende schokdempend bodemmateriaal. Hoe hoger het toestel, hoe beter de demping moet zijn. Voor een leek is dit nauwelijks te beoordelen. Tot een valhoogte van 60 cm is strikt genomen geen speciaal bodemmateriaal nodig, maar het is wel zo veilig. Voor enkele natuurlijke bodemmaterialen zijn vuistregels beschikbaar:

  • tot een valhoogte van maximaal 150 cm is gras geschikt;
  • tot een valhoogte van maximaal 300 cm zijn zand, grind, boomschors of houtspaanders geschikt; de laagdikte moet dan wel voldoende zijn.

Meer gedetailleerde informatie over geschikte bodemmaterialen vindt u bij de informatie over bodemmaterialen voor beheerders. 

Referenties

De opleiding was heel leerzaam en werd zeer professioneel gegeven door de docent. Ook was het uiterst fijn dat de opleiding op locatie gegeven werd zodat we de theorie in de praktijk konden brengen.

M. van Lieshout over Studieochtend veiligheid en toezicht

Keurmerkinstituut: als je niet met veiligheid wilt spelen